Achtergrond en ontwikkeling van het koor
In januari 2003 meldden zich zo’n 70 zangers n.a.v. een informatief artikel in De Gelderlander. Vanaf 6 februari werd op de donderdagmiddag vier weken lang gerepeteerd aan een programma dat de stemtest op 13 maart zou voorbereiden. Tijdens deze repetities kwamen aan bod: Du Hirte Israels van Bortniansky, God be in my head van A. Carter, Dirait-on van Lauridsen, Stabat Mater (deel 1) van Rheinberger, deel 2 uit het Requiem van Mozart en The willow tree van J. Rutter. Een uiteenlopend repertoire waarin de diverse elementen van de koorzang goed tot uiting zouden komen. Ook zouden de zangers kunnen kennismaken met de werkwijze van de dirigent en zou voor hen duidelijk worden wat er van een toekomstig koorlid werd verwacht.
Eén en ander werkte een natuurlijke selectie in de hand. Dat bracht dirigent José Doodkorte echter niet op andere ideeën: Surplus moest écht een koor worden voor ambitieuze ouderen: mensen die nog op hoge(re) leeftijd fris van lijf en leden en goed van stem kunnen genieten van een intens repetitieproces (inclusief thuisstudie en technisch ‘gepeuter’) met als doel een muzikaal en welluidend concert.
Na de vier kennismakingsrepetities legden 62 mensen een stemtest af. De toelatingseisen waren/zijn:
- uitgebreide koorervaring hebben en zuiver zingen;
- 55 jaar of ouder zijn;
- noten kunnen lezen en/of de eigen koorpartij thuis kunnen instuderen;
- kunnen voldoen aan basisvoorwaarden voor podiumpresentatie;
- bereid zijn de nodige bladmuziek aan te schaffen.
De test bestond uit de volgende onderdelen:
- uit het hoofd zingen van Du Hirte Israels van Bortniansky;
- koorpartij uitvoeren uit deel 2 van Mozarts Requiem, en dat in combinatie met de drie andere partijen;
- korte ritme-oefening.
De test werd afgelegd in ensembles van 8 tot 12 zangers en werd afgenomen door dirigent José Doodkorte en in aanwezigheid van externe waarnemers.
In totaal 45 zangers zijn toegelaten tot het koor en op 27 maart 2003 is Surplus officieel begonnen aan de repetities voor de eerste concerten op 21 en 30 november 2003, resp. te Elst en Nijmegen. De ledenlijst telde op dat moment 18 sopranen, 15 alten, 5 tenoren en 7 bassen.
Voor de pauze stonden korte werken van onder meer Carter, Elgar, Rachmaninov, Randhartinger en H. Andriessen op het programma; ná de pauze de Mis in D van Dvořak (met orgelbegeleiding). Het vocaal ensemble van de Stichting Alla Breve zong de soli en voerde tevens ‘4 Slowaakse volksliederen’ (voor koor en piano) uit van Bartók.
 Detail uit de flyer van het concert
Klik hier voor uitgebreidere informatie over dit concert.
Vanaf de samenstelling van het tweede concertprogramma werd de programmering van Surplus vrijwel steeds op democratische wijze vastgesteld doordat de leden hun voorkeur konden uitspreken voor één van de drie of vier programmavoorstellen van de dirigent. Dit geeft een grotere betrokkenheid van allen op allen terwijl de dirigent toch de mogelijkheid heeft het beleid t.a.v. kooropbouw te bewaken.
Het tweede programma was gericht op Passieconcerten (met orgelbegeleiding) te Nijmegen/Oosterbeek op resp. 2 en 4 april 2004.
Uitgevoerd werden Drie hymnen voor koor en orgel van Liszt, Les sept paroles du Christ sur la croix (a cap.) van Gounod, Passionsgesang en Stabat Mater van Rheinberger.
Het werken aan stukken met een grotere reikwijdte stelde bijzondere eisen aan het uithoudingsvermogen van de zangers. Ook het a capellawerk van Gounod met zijn romantische voordrachten en zijn verrassende harmonieën gaf het koor flinke ontwikkelingsmogelijkheden.
 Detail uit de flyer van het Passieconcert
Klik hier voor uitgebreidere informatie over het concert.
Een Kerstprogramma volgde met concerten op 10 en 12 december 2004 (Boxmeer en Huissen), nu m.m.v. vocale solisten en een klein instrumentaal ensemble van twee violen, altviool, cello en contrabas, harp, hobo, klarinet, trompetten en orgel.
Op het programma stonden de cantate O Jesu Christ, dein Kripplein van Telemann, Gloria van Vivaldi, Christe, du Lamm Gottes van Mendelssohn en Oratorio de Noël van Saint-Saëns.
Dit was een tamelijk traditioneel programma met bekend harmonisch idioom. De uitdaging betrof hier de adembeheersing en het zingen van beweeglijke melodische figuren. Ook het zingen met begeleiding van een instrumentaal ensemble stelde nieuwe dynamische eisen aan de zangers. Het resultaat was prachtig.
 Detail uit de flyer van het Kerstconcert
Klik hier voor uitgebreidere informatie over het concert. In januari 2005 begon Surplus aan een zeer avontuurlijk programma ten bate van Ceciliaconcerten op 18 en 20 november 2005 in Nijmegen en Wijchen. Het programma werd deels a cappella, deels met piano- of gitaarbegeleiding uitgevoerd. Op het programma stonden Madrigal van Fauré, Calme des Nuits en Les fleurs et les arbres van Saint-Saëns, Quand vous serez bien vieille (chanson) van Cosma, Raconte-moi la mer (chanson) van Ferrat, Ubi caritas, Tu es Petrus, Tantum ergo en Notre Père van Duruflé, Prière van Ton de Leeuw en Romancero Gitano Castelnuovo-Tedesco.
In dit programma vormde het zingen van gearrangeerde en nieuw gecomponeerde chansons een flinke uitdaging voor het koor, naast het uitvoeren van nieuwere harmonieën met veel chromatiek. Met dit programma zocht de dirigent naar de muzikale en vocaaltechnische grenzen van Surplus op dát moment. Vooral in de stukken van Duruflé en De Leeuw worden hoge eisen gesteld aan de combinatie luistervaardigheid, stemkwaliteit en ritmische precisie. In de chansons van Cosma en Ferrat vormde de veranderende balans tussen de verschillende stemgroepen een aandachtspunt. Romancero Gitano van Castelnuovo-Tedesco tenslotte heeft een aantal lastige harmonische passages en in combinatie met de Spaanse taal (gedichten van de Lorca) bleek dat een heel avontuur. Surplus heeft zich met verve in dit avontuur gestort en de resultaten waren zeer behoorlijk, maar de grenzen aan de mogelijkheden van het koor waren ook te horen.
 Detail uit de flyer van het Ceciliaconcert
Klik hier voor uitgebreidere informatie over het concert.
Juni 2005 heeft Surplus het zangseizoen op een alternatieve en plezierige manier afgesloten, door op te treden in de kapel van het Patershuis Berchmanianum te Nijmegen. Zo kon het koor zowel de bewoners en hun introducées een plezier doen als zichzelf een leuke uitdaging verschaffen in de herhaling van repertoirewerken (ook nu weer zowel a capella als begeleide werken). Het was een bloedhete dag, maar de kapel ‘zong heerlijk’ en de energie stroomde, zowel bij de zangers als in het publiek.
 In Berchmanianum
In december 2005 heeft Surplus een gezellig kerstconcert met veel samenzang gegeven in het Oud Burgeren Gasthuis te Nijmegen. Bekende en onbekende kerstliederen, soms gestoken in een nieuw jasje, vonden een gretig gehoor bij de bewoners en gaven de koorleden een fijn en voldaan kerstgevoel.
Januari 2006 begonnen de voorbereidingen voor een concert op 25 juni in de Boskapel te Nijmegen. Het moest een programma worden dat ruim binnen de grenzen van de koormogelijkheden zou liggen, maar desondanks genoeg uitdaging zou bieden. Als thema werd gekozen ‘Water en vuur’, en de gekozen werken beantwoordden daaraan in zowel letterlijke als overdrachtelijke zin. Die uitdaging is gevonden in het zingen van vele stijlen naast elkaar en het leren zingen van de oude polyfonie. Ritmische groei en het bereiken van dynamische schakeringen waren de andere nevendoelen. Het is een prachtig concert geworden (i.s.m. sopraansolist en pianist; afwisselend a capella (ac) / met piano gezongen) dat het publiek dat rijkelijk was toegestroomd in vervoering heeft gebracht.
Op het programma stonden: Wie der Hirsch schreiet (ps.42) (ac) van Distler, Sicut cervus van Palestrina (ac), Wie der Hirsch schreit (openingskoor ps.42) van Mendelssohn, Piano-intermezzo, As torrents in summer (ac) van Elgar, The three fishers (ac) van J. Andriessen, Deep River (uit ‘5 Negro Spirituals’) (ac) van Tippett, Four songs for sailors van Dyson. Na de pauze: Odi et amo (uit ‘Catulli Carmina’) (ac) van Orff, Liebeswonne (ac) van Marenzio, Ich brinn und bin entzündt (ac) van Hassler, sopraanaria Non mi dir (uit ‘Don Giovanni’ van Mozart), Die Trennung en Die Verlassene (beide uit ‘6 Mährische Gesänge’ arr. Janáček) van Dvořak, sopraanaria Adieu, notre petite table (uit ‘Manon’ van Massenet) Libera me (uit ‘Requiem’) van Fauré en Placido è il mar voor sopraan en koor (uit ‘Idomeneo’) van Mozart.
De pianist heeft met smaakvolle tussenspelen de diverse nummers met elkaar verbonden.

Klik hier voor uitgebreidere informatie over het concert.
Tijdens de repetities wordt veel gevarieerd qua werkvormen en er is veel aandacht voor lichaamsbeweging. De dirigent schenkt veel aandacht aan het mobiliseren van zoveel mogelijk lijfelijke functies, omdat dat het krachtig en energiek functioneren van de stem ten goede komt. Tijdens het inzingen bijvoorbeeld worden de knieën hoog opgetrokken bij het lopen op de plaats of door de ruimte en de armen ‘maaien’ door de lucht of dirigeren het gregoriaans mee. De kooropstelling wordt regelmatig gevarieerd en de zangers zijn gewend hun partij zelfstandig naast een andere partij te zingen. Ook lopend zingen, zingen in een cirkel en schouder aan schouder wordt toegepast. Zo ontstaat er een intensief muzikaal contact dat ook sociaal gezien zijn positieve weerslag heeft op de groep. Men kent elkaars naam en onderling organiseert men oefengroepjes thuis.
Het contact en de sfeer tussen de leden is zo goed dat tijdens de repetitie ieder op persoonlijke titel kan worden aangesproken op zijn prestaties.
Bijna alle belangstellenden die tijdens de repetities een kijkje komen nemen zijn enthousiast over de werkwijze, de open sfeer en de energie die er stroomt. Maar ook velen trekken de conclusie dat het voor hen ‘te hoog gegrepen’ is om lid te worden. Dit soort reacties wakkert soms de discussie over de toelatingseisen aan, maar die wordt meestal in de kiem gesmoord doordat de leden toch wel erg blij zijn met het behaalde niveau en de manier waarop dat wordt bereikt. Er staat tijdens repetities en concerten een hecht team van zangers die elk stáán voor hun partij en waarvan niemand zomaar ‘meehobbelt’. Naast de blije uitstraling van Surplus is dát het visitekaartje waar het koor mee naar buiten wil treden.
Momenteel telt het koor 51 zangers. De wens is dat dat in de toekomst nog gaat groeien. Dat die groei maar met mondjesmaat zal lukken is een logisch gevolg van de ambitie die het koor heeft. Toch hoopt de Koorcommissie dat er mensen blijven komen die ook op zanggebied uitgedaagd willen blijven worden. U vindt praktische informatie over het koor elders op deze website.
Submenu
|